In
deze wetenschappelijke tijd
blijft
een
spookverhaal ons fascineren, "de legende van de vampier". Bleek,
elegant, aristocratisch, zo is Graaf Dracula van Bram Stoker.
Zijn bloeddorst is walgelijk en onweerstaanbaar tegelijk. Iedere
van Helsing in de dop zal merken dat feit en folklore door
elkaar lopen. De mens verzon vroeger vele duivels om plagen en
natuurverschijnselen te verklaren. Deze verhalen zijn in
rituelen, waarheid geworden. Er lijken bewijzen te zijn dat er
mensen zijn aangevallen door bloedzuigende wezens. En
historische sadisten als Vlad de Spietser geven inzicht in de
duistere wereld waar pijn en genot samen gaan. Bij het graven
naar de waarheid komen gruwelijke feiten boven zoals het opeten
van lijken en het verminken van dierbaren. En dat alles in de
naam van godsdienst. Een feit zie je overal: waar zieken en
chaos heersen, geloven mensen in vampiers, in een poging zo de
ware gruwel van hun bestaan te vergeten. Er zijn veel oude
verhalen over mensen, die uit hun graf opstaan, maar men begroef
mensen dan ook vaak te snel , uit angst voor ziekten. Als de
ongelukkigen bijkwamen in hun graf, probeerden ze zich vergeefs
uit te graven. Ze kwamen onder het bloed te zitten en stierven
alsnog. Als het graf werd geopend, zag de familie vers bloed op
het lijk. Dat wekte de indruk dat hun dierbare inderdaad een
vampier was. Wie de echte Dracula zoekt, komt meer menselijke
wreedheden tegen dan bovennatuurlijke daden.
|